Onder
de maan schuift de lange rivier
Tien jaar geleden verscheen bij Clavis Uitgeverij het eerste prentenboek
van Paul Verrept. ‘Mag ik bij je slapen ?’ heette het en het
viel toen meteen al op door de bijzondere en vernieuwende illustratiestijl.
Zopas werd zijn vijftiende en nieuwste boek, feestelijk vanwege een lustrum,
de wereld ingestuurd. Paul Verrept is actief als tekenaar, grafisch ontwerper
en schrijver. Hij ontwerpt ondermeer fascinerende en, vanwege de onmiskenbare,
sobere stijl, erg herkenbare affiches voor theater- en dansgezelschappen
(Blauw Vier, Cie De Koe) en verzorgt de vormgeving voor kunsthuizen (de
Antwerpse Monty bijvoorbeeld) en uitgeverijen. Maar intussen blijft hij
geboeid door de combinatie van woord en beeld zoals die in prentenboeken
perfect realiseerbaar is. In zijn laatste boek - en dat is nieuw - is
de tekst al even opvallend als de illustraties. Verrept manifesteert zich
hier als een schrijver met talent voor understatement en bevreemdende
sfeerschepping, elementen die ook in zijn illustratiewerk zijn terug te
vinden .
‘Het meisje de jongen de rivier’ is een intrigerend getekend
en geschreven verhaal. Tien korte scènes, sfeerbeelden of miniatuurtjes
haast, vormen onmerkbaar één geheel. Een plot is er nauwelijks.
Wel een voortdurend ruisende zachte regen, het licht van de maan, het
bootje, de rivier en de liefde als poëtische constanten. Daaromheen
werd in zuinige woorden een associatief opgebouwd verhaal verweven over
een doodgewone grijze vis die door een hongerige man wordt gevangen, vervolgens
door de vrouw van die man wordt gebakken en door ‘de man de vrouw
de zoon’ opgegeten. Een en ander (‘misschien was er iets mis
met de vis ?’) zorgt ervoor dat de vrouw in een jurkje en de man
in een hoed verandert en laat de zoon - door oorlogen, regen en zon, dood
en geboorte heen - honderd jaar slapen in een inmiddels vervallen en verlaten
huis. ‘Het meisje’ vindt de zoon en meteen ook de aanstekelijke
liefde die ook de andere mensen laat zweven van geluk. Op het eind vindt
men enkel nog wat spullen én een geur van bloemen terug in het
aangespoelde bootje van de twee geliefden. ‘Misschien zijn ze wel
opgelost als een bruistabletje : pssssssssssssst.’ . Een onwezenlijk
teder verhaal.
Die hele onwezenlijke sfeer hangt evengoed in de royale kleurige aquarellen.
Wijdse landschappen, veelkleurige luchten, overal het water, en daartussen
uitvergrote, verstilde figuren met meestal gesloten ogen ... alweer typische
‘Keith Haring-achtige’ personages met eivormige hoofden. Ze
lijken wel zelfportretten van de maker.
Met dit boek verstevigt Paul Verrept nog maar eens het heel aparte zitje
dat hij in het Vlaamse kinderboekenwereldje bezet houdt. Verrept verzint
en tekent geen voorspelbare, doorzichtige of toegankelijke verhaaltjes-op-kindermaat.
Wat hij schrijft en voorstelt lijkt het resultaat van een trage bedachtzaamheid,
waar rigide logica niet aan de orde is. Dat Paul van Ostaijen hem voor
zijn eerste boekjes inspireerde mag dan ook niet verbazen. Bij drie van
zijn gedichten (‘Berceuse presque nègre’, ‘Berceuse
Nr.2’ en ‘Marc groet ‘s morgens de dingen’) tekende
hij drie boekjes, ‘Sjimpansee’, ‘Slaap’ en ‘Marc’,
die die raadselachtige poëzie subtiel en met een eigen invulling
in beelden omzetten. Vooral in ‘Sjimpansee’ werd het gedicht
zeer bijzonder verbeeld. Grappiger én letterlijker zijn de prenten
in ‘Marc’, waar op één illustratie de vis, de
vaas de bloem èn een vrolijk op de rand van de vaas rondfietsend
mannetje haast het hele gedicht samengevat wordt. Ook in ‘Het meisje
de jongen de rivier’ klinkt Van Ostaijens gedicht ‘Melopee’
overigens onmiskenbaar mee op de achtergrond.
Filosofische beschouwingen liggen Verrept wel. In ‘Ik mis je’,
bijvoorbeeld, is de verhuizing van een vriendinnetje voor de jeugdige
piekeraar aanleiding om na te denken over de betekenis van ‘missen’.
Dat ook zijn dode oma gemist wordt door zijn opa maakt het al wat duidelijker
en schept banden. In ‘God’ gaat hetzelfde kereltje met zijn
nieuwe verrekijker op zoek naar God en concludeert hij dat God een konijn
moet zijn, want die kwam het eerst in zijn visier. Maar dan wel ‘het
liefste konijn van de hele wereld. Hij houdt van iedereen.’. Het
boek veroorzaakte nogal wat commotie : in Frankrijk werd het blasfemisch
genoemd en de Duitse uitgever wilde het verhaal grondig veranderen. ‘De
mensen mogen alles in mijn verhalen zien’, zegt Verrept in een interview
in Leesidee, ‘maar het boek op zich moet blijven zoals ik het heb
gemaakt. God is eigenlijk een grapje. Ik speel met het contrast tussen
god en het alledaagse. Het gaat o.a. over mijn vader ; die man is zo koddig
als het konijn in het boek. Ik heb het boek niet vanuit een religieuze
inspiratie gemaakt ...’. Pacifistische prekerigheid is al even ver
te zoeken in ‘De kleine soldaat’, ook al spreken de prachtige
en indrukwekkende prenten boekdelen. Alweer dezelfde zuinigheid in tekst
en tekening om de absurditeit van de oorlog schrijnend duidelijk te maken
: ‘Op een dag was het oorlog. Sommige mensen begrepen waarom.’.
In al zijn boeken vermijdt Paul Verrept overbodige wijdlopigheid en richt
hij zich tot kleine en grote ‘goede verstaanders’. Dat is
niet anders in het geestige en absurde verhaal ‘De dag dat mama
even tijd had voor een kopje koffie’. Hier speelt de typografie
op een lege achtergrond een hoofdrol, naast de eerder zuinig getekende
illustraties. Een jongetje vertelt hoe zijn DRUKKE moeder voor even uit
haar dagelijkse beslommeringen wordt gehaald door mannetje Arthur, een
klein deftig heerschap dat plots uit haar kopje opduikt. Het bijzondere
gezelschap laat mama doorheen de bladzijden merkelijk opfleuren. Haar
gelukzalige verzuchting over ‘een wondermooie dag’ kan bij
haar zoon op meer sympathie rekenen dan bij haar duidelijk ontstemde partner.
Verrept speelt hier handig met het motief van het rood-wit geblokte tafeldoek
als symbool voor huiselijke benepenheid. Ook het bezorgde ongeduld van
het jongetje tijdens de escapade van zijn moeder krijgt een sprekende
visuele invulling : het kereltje graaft langdurig een put, vult die met
water en laat er vervolgens twee regenwormen in spelen. Een mooie vondst.
Veel weemoed dan weer in de twee verhalen van Bart Meuleman over het aandoenlijke
‘Mijnheertje Kokhals’. Een erg saaie, voorbeeldige man tekende
Verrept voor dit personage, altijd onbewogen en ingehouden, met rond brilletje,
lange overjas en serieuze hoed. Mijnheertje Kokhals slooft zich uit om
het de medemens naar de zin te maken en nooit of nergens in de fout te
gaan. Dat hij zich daarbij behoorlijk op de kop laat zitten geeft hij
niet toe. In de twee verhalen zie je hoe al de opgespaarde ellende op
het eind van de dag copieus wordt uitgebraakt : ‘Eerst voelt hij
zich een beetje triest. Wat later voelt hij zich een beetje misselijk.
En dan gebeurt het ... BWEUAAAARRRKK !!! Kijk, hij voelt zich toch een
beetje opgelucht.’. Vervolgens gaat de zielige en allenige held
met zijn teddybeer naar bed om er te dromen van een meisje waar hij veel
van houdt. De illustraties bij Meulemans’ naïeve verhalen zijn
van een grijze, sombere troosteloosheid en vertellen subtiel de ware toedracht.
Een erg geslaagde coöperatie, die, zo blijkt, binnenkort weer een
nieuw boek oplevert !
Annemie
Leysen / De Morgen 9 juni 2004
|